Doneer nu

NWO Veni-beurs voor Sterre de Boer voor onderzoek naar de oorsprong van frontotemporale dementie

Datum: 17 juli 2026
NWO Veni-beurs voor Sterre de Boer
Delen

Dr. Sterre de Boer, arts en onderzoeker bij Alzheimercentrum Amsterdam en de afdeling Humane Genetica van Amsterdam UMC, heeft een VENI-subsidie toegekend gekregen van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Met deze subsidie gaat zij de komende jaren onderzoeken waarom frontotemporale dementie (FTD) vooral de voorste delen van de hersenen beschadigt en vaak aan één kant begint.

FTD is een van de belangrijkste oorzaken van dementie op jonge leeftijd en leidt tot ingrijpende veranderingen in gedrag, sociaal functioneren en taal. De ziekte kent twee opvallende, tot op heden onverklaarde kenmerken. Ten eerste begint de aandoening vaak in één hersenhelft: de linker- óf de rechterkant. Ten tweede treft de ziekte vrijwel uitsluitend de frontale en temporale hersenkwabben, terwijl andere hersengebieden gespaard blijven. Waaróm dit zo is, is nog altijd onbekend. In haar VENI-project, POLAR-FTD, wil De Boer deze twee raadsels ontrafelen om zo niet alleen de oorsprong van FTD beter te begrijpen, maar ook om aanknopingspunten te vinden voor toekomstige behandelingen.

Voor de eerste vraag, waarom de ziekte in de linker- of rechterhersenhelft begint, kijkt De Boer naar de vroege ontwikkeling van de hersenen. Haar hypothese is dat al lang vóór het ontstaan van de ziekte kleine, aangeboren erfelijke verschillen tussen beide hersenhelften bepalen welke kant het kwetsbaarst is. Ze legt dit uit met een voorbeeld. Of je ergens goed in bent, bijvoorbeeld in taal of sport, wordt deels bepaald door erfelijke factoren. Die factoren kun je zien als een hand speelkaarten die je bij de geboorte krijgt uitgedeeld: de een trekt sterkere kaarten dan de ander. Neem de taalfunctie, die bij de meeste mensen in de linkerhersenhelft zit. Wie voor die functie wat zwakkere kaarten heeft getrokken, heeft daar van nature een kwetsbaarder gebied. De Boer veronderstelt dat de ziekte zich bij iemand met FTD het eerst manifesteert op de zwakste plek. Bij iemand met een zwakkere aangeboren aanleg voor taal, die in de linkerhersenhelft zit, zal de ziekte zich dus waarschijnlijk als eerste aan de linkerkant openbaren.

Voor de tweede vraag, waarom de ziekte vooral de frontale en temporale kwabben treft, zoekt zij de verklaring in onze evolutie. Zo’n 50.000 jaar geleden maakten de menselijke hersenen een snelle groei door, met name in die frontale en temporale hersengebieden. Deze ontwikkeling ging samen met een verdere specialisatie van de hersenen, waardoor functies als taal en empathie ontstonden.

Die vooruitgang had volgens De Boer echter een keerzijde. De genen die deze snelle groei mogelijk maakten, zijn evolutionair gezien relatief “jong”. Mogelijk zijn juist deze genen daardoor gevoeliger voor een geleidelijke opeenstapeling van kleine foutjes in het DNA. Haar hypothese is dat deze kwetsbaarheid bijdraagt aan het ontstaan van FTD en tegelijkertijd verklaart waarom de ziekte zich juist de frontale en temporale kwabben aantast.

Tot slot wil De Boer deze genetische bevindingen koppelen aan het ziekteverloop bij individuele patiënten. FTD verloopt bij iedereen anders, en die variatie maakt betrouwbare voorspellingen lastig. Door genetische factoren te verbinden aan het klinische beeld hoopt zij te verklaren waarom de ene patiënt sneller achteruitgaat dan de andere.

 

Voortbouwen op bestaande expertise

Het onderzoek combineert genetica, evolutie en klinische neurowetenschappen en bouwt voort op de sterke positie van Amsterdam UMC op het gebied van FTD. Alzheimercentrum Amsterdam is (inter)nationaal erkend als toonaangevend centrum voor FTD-onderzoek en fungeert als expertisecentrum. Dankzij de inbedding binnen zowel Alzheimercentrum Amsterdam als de afdeling Humane Genetica zijn de benodigde kennis, infrastructuur en analysemethoden allemaal binnen handbereik.

De VENI-subsidie maakt deel uit van het NWO-Talentprogramma en is bestemd voor veelbelovende onderzoekers die recent zijn gepromoveerd. De subsidie stelt hen in staat om gedurende drie jaar een eigen onderzoekslijn te ontwikkelen. Met deze toekenning krijgt Dr. De Boer de ruimte om een vernieuwende onderzoekslijn binnen het FTD-veld verder uit te bouwen.

Top
Volg ons via